woensdag 1 augustus 2012

Vakantie

Zomer, mijn favoriete tijd van het jaar. Ook al werkt het weer niet altijd even hard mee, het is in elk geval vroeg licht en laat donker. Ideaal voor lange duurlopen. Het zijn mijn favoriete trainingen, die ik bij voorkeur 's morgens vroeg doe, bij het eerste licht rond een uur of zes. Dat wil zeggen: als ik vrij ben. Om voor het werk (ik begin meestal rond 7.00 uur) al te rennen gaat me net te ver.

De maand juli begon voor mij geweldig goed met een lange duurloop van 35,9 km. Dat was min of meer per ongeluk want bij mijn laatste kilometers op weg naar huis kwam ik nog een groepje lopers met enkele bekenden tegen, waar ik me nog een eindje bij aansloot. Meestal loop ik alleen, maar met dit groepje meelopen was ook leuk. Het tempo was laag, en al kletsend ben je zo een paar kilometer verder, zonder dat je in de gaten hebt dat de vermoeidheid toch wel in de benen zit.

Daarna een weekje naar Frankrijk, met nog twee gezinnen met kinderen (de "Poeckies"). Ontzettend leuke vakantie, prachtig weer, goed gezelschap en (ook mooi meegenomen) een  geweldig gebied om te lopen. We zaten in Saint Palais Sur Mer, de naam zegt het al, vlak bij zee dus. Langs de zee liepen prachtige paden over de rotsen, heuvels op en af, met hier en daar een bruggetje en trappen. Tussendoor kleine strandjes van 500 meter maar ook eentje van wel 5 km. Perfect trainingsgebied in de voorbereiding op de kustmarathon. Ondanks de biertjes die bij dit lekkere weer 's avonds goed smaakten kon ik het drie keer opbrengen om 's morgens vroeg op te staan om lekker ver te gaan rennen. Ik kon op dit onbekend terrein met al die kronkelpaadjes de kilometers niet precies nameten op Google Earth, maar voorzichtig geschat kwam ik op twee duurlopen van 30 km en één van 28 km op een week. Samen 88 km, en bij thuiskomst kon ik het dan ook niet laten om nog eens een eind te lopen om een weekvolume van meer dan 100 km te halen. Voor mij een mijlpaal, want dit was me nog nooit eerder gelukt! En zonder noemenswaardige pijn in de benen. Ook de week erna deed ik zonder problemen duurlopen van 34 en 35 km. Weer een week van 100 km, en weer geen klachten! Goed voor het zelfvertrouwen, maar deze week ga ik toch een stapje terug doen, tenminste wat kilometers betreft.

Vandaag deed ik voor het eerst sinds heel lang weer een intervaltraining. Ik doe ze niet graag, want ze zijn altijd zwaar. Mijn tien-weken-schema richting Kustmarathon gaf aan dat er 4 x 2000 meter stond in 9' 15" met 4' rust. Dit schema is eigenlijk als voorbereiding op een marathon in 3 u 15' , maar in de Kustmarathon hoop ik net onder de 4 uur te eindigen. Ik zou ook vijf trainingen in de week moeten doen, wat gezien mijn beschikbare tijd niet heel realistisch is, dus ik gebruik het schema meer als een soort van leidraad.

Bij dit soort trainingen vind ik het altijd moeilijk om de snelheid goed in te schatten en dus begon ik (weer) te snel. Mijn eerste 2000 meter ging zodoende in 8'40". Vermoeiend, maar na 4 minuten was ik voor mijn gevoel een heel eind hersteld en ik daagde mezelf uit om de volgende 2000 in 8'30" te lopen. Dat lukte prima; ik kwam uit op 8'25" en de derde ging in 8'20". Gelukkig nog maar eentje, en al was het beste er al een heel eind vanaf, die laatste moest toch als snelste gaan. Onderweg rekende ik een beetje (om de 200 meter staat een streepje op de weg) om te kijken of ik richting 8'00" kon gaan. Helaas was dit net te hoog gegrepen en finishte ik in 8'05". Al met al was ik dik tevreden. De rest van het schema is enkel maar kilometertjes maken...een eitje!




vrijdag 18 mei 2012

Marathon Zeeuws-Vlaanderen

Dit weekend stond mijn 5e marathon op het programma, de marathon Zeeuws-Vlaanderen. Bekend terrein, want ook in 2010 en 2011 liep ik deze wedstrijd. Een mooie wedstrijd ook, niet alleen omdat het een soort van thuiswedstrijd is, maar ook door de route die voor een groot deel onverhard is door bossen, een waterwingebied, en over een deel van de fortenroute. 

De voorbereiding op deze dag was bijzonder goed. Ik heb mezelf ongeveer zes weken aan een streng dieet onderworpen. Dat wil zeggen geen friet (slechts één keer heb ik me laten gaan), geen alcohol (slechts één glas Cava bij een speciale gelegenheid), veel vis, kwark, eieren, fruit, minder brood en vooral ook veel water drinken. De komkommer kwam me op den duur de neus uit! Maar het was gelukkig niet voor niks: op M-day gaf de weegschaal 75,6 kg aan, zo'n 2,5 kg minder. Dat zou een tijdwinst van dik zeven minuten moeten betekenen! Ook in mijn trainingen heb ik mezelf niet gespaard. In maart en april heb ik veel lange duurlopen gedaan, waarvan een deel in hoger tempo dan normaal. Bovendien heb ik ook nog redelijk wat gefietst. Niet in een hoog tempo, maar voor mijn gevoel was het vooral goed voor mijn herstel. En fietsen is natuurlijk ook gewoon leuk!

Door de goede voorbereiding en een goede halve marathon vier weken eerder in Philippine blaakte ik van het zelfvertrouwen. Ik durfde zelfs hardop te denken aan een tijd van 3 uur 30'. Dat elf minuten sneller zijn dan mijn PR, gelopen vorig jaar in Oostende (bij ideale omstandigheden en een perfect parcours). In Philippine was ik te hard vertrokken, deze fout wilde ik deze keer niet maken. De bedoeling was dus om in de buurt van de 11,6 km/u te vertrekken, na ongeveer 15 km eens te bekijken hoe alles aanvoelt, misschien daar al iets te versnellen en pas in het tweede deel echt de gang er in te zetten. Het liep helaas iets anders...

In tegenstelling tot voorgaande jaren mocht er op de onverharde delen niet meegefietst worden. Omdat de eerste 14 km slechts een paar kilometers asfalt bevat had ik met Marco afgesproken dat hij me in Heikant met de fiets zou opwachten. Met mijn schema in mijn hoofd wist ik vrij nauwkeurig hoe laat ik daar aan zou komen en de eerste 14 km kan ook wel zonder begeleiding vond ik. Een riem met twee drinkflesjes en een energie-gel moest voor het eerste stukje wel voldoende zijn. Mijn pet besloot ik deze keer thuis te laten. Ik ging van huis met een beetje een gevoel dat ik iets vergeten was, maar ik dacht dat het vooral van de zenuwen was. Een kwartiertje voor de start kwam ik erachter dat dat niet zo was: ik was mijn horloge vergeten!  Ik had gelezen dat er de eerste 5 km bordjes per kilometer zouden staan, zo zou ik mooi mijn snelheid kunnen corrigeren, maar dat werd nu dus wat lastiger. Nog geen man overboord: ik probeerde een beetje mijn snelheid te schatten en na 5 km informeerde ik eens naar de tijd bij een medeloper. Ongeveer 24'50" ... iets te snel dus, ik probeerde iets te vertragen en vroeg op het 10 km-punt ook aan iemand de tijd: 45' (!!!). Dat zou betekenen dat ik nog enorm versneld was. Onmogelijk leek mij. Later las ik op iemands weblog dat het bordje van de 5 km veel te laat stond. Ik ben daarna even op de website van de marathon gaan kijken en kreeg het idee dat het 5 km-bordje inderdaad ongeveer 400 meter te ver stond en de 10 km-markering een paar honderd meter te vroeg! Probeer dan maar eens vlak te lopen!

Op Heikant stond mijn broer te wachten en die zei me dat ik 5 minuten eerder was dan gepland.  Enorm veel, die tijd zou ik later vast dubbel terug betalen. Inderdaad, op het halve marathon-punt voelde ik al dat ik niet meer zo scherp zat als dat ik zou willen op dat punt. Het tempo kon ik nog volhouden, maar het begon al een beetje moeilijker te worden. Tussen 21 en 25 km hoorde ik in de verte twee Belgische lopers aankomen, druk kletsend alsof ze met een zondagochtendloopje bezig waren. Keuvelend over vlamdetectie-apparatuur en blussystemen liepen ze me voorbij net voor Drieschouwen. Daar begon ook een nieuw deel van de route. Langs de golfbanen en het crossterrein, een stukje asfalt en dan een stuk vlak langs de Axelse kreek. Leuk zo'n nieuw stuk, mooi ook, maar door de overvloedige regen van de afgelopen dagen ook enorm zompig en dus zwaar.

Doorkomst op 30 km


Verderop richting Schapenbout liep een stuk beter, ook al was het licht heuvelop. In de verte kon ik een speaker horen, en ik kreeg de indruk dat er veel mensen stonden. Dat geeft moed en dus liep ik op het oog soepel door het 30 km-punt. Even verderop stonden Vera en Max mij op te wachten dus ik zette mijn meest vrolijke gezicht op terwijl ik eigenlijk al een heel eind leeg was. Maar goed, ik zat nog steeds onder een schema dat mij in de buurt van 3 uur 30' zou brengen dus ik mocht nu niet opgeven. Hoeveel ik precies voor lag op mijn schema wist ik niet, maar veel kon het niet zijn, niet verslappen dus! Richting Margrette zat een man met een accordeon vrolijke muziek te spelen en al kreeg ik er maar flarden van mee: het was wel leuk. Iets verder stond een klein groepje mensen, maar zo gauw er een loper in zicht kwam begonnen ze enthousiast te juichen. Door dit enthousiasme kreeg ik toch weer een kleine oppepper. Het fietspad op richting Spui naar het eiland van Meijer. En dat lag er niet fantastisch bij. Het is geen lang stuk, maar na bijna 35 km is elke meter zompig gras er één te veel. Niet al te fris meer kwam ik het eiland af... nog 7 km. De wind was ondertussen ook wat aangetrokken en die stond pal op de kop.

Het lopen ging zwaarder en zwaarder. Eigenlijk wilde ik een stukje wandelen maar dan zou de geplande eindtijd helemaal niet meer in zicht komen. En zie jezelf nog maar eens op gang te slepen na een stuk wandelen. Niet doen dus. Ik maakte mezelf wijs dat er niemand zo goed kan afzien als ik en dus bleef ik doorrennen. Bij het ziekenhuis stonden Max en Vera weer. Ik kon niet meer camoufleren dat ik het moeilijk had, Max riep dat ik nog altijd een paar minuten voor op schema lag en met nog een dikke 5 km te gaan zou het misschien nog kunnen... Ik zocht naar de bordjes die de laatste 5 km zouden aangeven. Voor mijn gevoel kon het niet ver meer zijn, maar zolang ik geen bordje zag durfde ik niet te hopen dat we bij de 40 km zouden zijn. Eindelijk, in de verte een bordje. "Laat er 40 op staan", dacht ik en ik vreesde dat er minder op zou staan. Nee hoor 40 km, stond er op. Ik vroeg aan Marco hoe laat het was. 14:20 uur , dus dat zou wel heel krap worden. Versnellen lukte nog nauwelijks, ik hijgde als een paard en nu deed mijn hele lijf zelfs zeer, benen, rug, buik, hoofd... Nog twee bochten. Hoewel ik de loper voor me naar links had zien gaan reageerde ik op het "rechts!" van de verkeersregelaar, bedoeld voor mijn broer op de fiets. Dom natuurlijk, weer enkele kostbare seconden kwijt. In de laatste bocht zag ik de klok op 3u29' staan, pas een eind verder zag ik de seconden wegtikken... 57, 58, 59... en ik moest nog zo'n 70 meter. 


kapot na de finish!

De 3u30'-grens werd net niet geslecht...eindtijd 3u30'19". Wel een vet PR, bij vrij zware omstandigheden, dus toch dik tevreden. Ik was heel diep gegaan en echt helemaal kapot na de finish.  En toch, een uur later was ik al aan het bedenken dat een snel parcours (Rotterdam) en nog een paar kilo minder me richting 3u15' kan brengen. Wie weet in 2013...

maandag 30 april 2012

De laatste loodjes

De langste duurloop is achter de rug (34,4 km), gelukkig ging dat heel goed. De duurlopen boven de 30 km moeten altijd goed gaan, want deze zijn heel belangrijk voor mijn zelfvertrouwen. Deze week heb ik ook weer eens wat op snelheid getraind. Niet echt mijn favoriete onderdeel, want je weet vooraf dat het niet lekker gaat voelen. Het kan een goede training zijn, of een slechte, dat maakt niet uit: je gaat pijn lijden. Ik besliste om te proberen een aantal stukken van 400 m. af te werken in ongeveer anderhalve minuut (dat is dus aan 16 km/u) met tussendoor één minuut pauze om te recupereren. Een stuk of tien moest wel lukken, dacht ik, maar na tien maal 400 m. voelde ik dat er nog wel wat meer in zat. Uiteindelijk werd het 16 maal 400. Met pijn uiteraard en spaghetti die spontaan weer omhoog kwam. Niet echt lekker, maar het resultaat gaf me wel een goed gevoel.

Ondertussen probeer ik nog steeds wat gewicht te verliezen om op de wedstrijddag nog wat tijd te winnen. Komkommer, tomaat, zalm, kwark, veel fruit en ei zijn al weken vaste waarden in mijn dieet. Vooral de komkommer begint me nu toch wel de keel uit te hangen. Verder zoveel mogelijk water, geen alcohol en geen friet op pizza. En bijna dagelijks rode bietensap. Niet echt lekker, maar het went wel, en de wetenschap beweert dat het echt helpt om het duurvermogen te versterken. Ook aan het uitproberen: een hoger pasritme. Ik probeer naar 180 passen per minuut te gaan, maar dat valt niet mee. Het achterliggende gedacht is dat het grondcontact korter wordt en daardoor ook kans op blessures. Ik vind het heel moeilijk, vooral om het ook in trage duurlopen toepassen. Aan de andere kant heb ik er geen slecht gevoel bij. Om op 180 passen per minuut uit te komen zal niet meevallen, maar mijn pasritme zal vast wel iets verhogen. En dat is natuurlijk al winst!

Vandaag stond er nog een lange duurloop van 25 km op het programma. Ik vertrok vanmorgen, in gezelschap van coach Max op de fiets in een iets te vlot tempo, tenminste vlotter dan de geplande 10 km/u. Ik weet niet hoe het komt, maar als er iemand meefietst loop ik altijd iets harder dan gepland. Zo kwam ik na een eerste rondje al op een gemiddelde snelheid van 11,5 km/u. Max stapte af toen ik ons huis passeerde en ik vertrok voor de resterende kilometers. Ik had bedacht dat ik het laatste stuk van 15 km wel in marathon-tempo wilde afleggen. Mijn marathon-tempo had ik ongeveer ingeschat op 12 km/u, want dat zou een tijd van rond de 3u 30' op moeten leveren. Ik loop niet met I-phone, GPS of andere hi-tech zooi (tegenwoordig zelfs weer zonder hartslagmeter) dus ik weet eigenlijk nooit hoe ver ik al gelopen heb en hoe snel. Het doel was om zeker niet onder de 12 km/u te lopen dus ik zette er een flinke vaart in. Bij nameten op Google Earth bleek ik in totaal 27,8 km te hebben afgelegd, in een gemiddelde van 12,34 km/u. Dat betekende dat ik de laatste 16,7 km zelfs met 13 km/u had gelopen. Ver boven mijn tempo, maar met het gevoel dat er op een wedstrijddag zeker nog meer in moet zitten. Die grens van 3u 30' komt langzaam in zicht!

dinsdag 17 april 2012

Halve Marathon Philippine

In voorbereiding op de marathon op 12 mei wilde ik graag een kortere wedstrijd lopen, liefst een halve marathon. Ik hou er bij dit soort wedstrijden niet van om veel langer in de auto te zitten dan de wedstrijd duurt, dus het liefst wilde ik een wedstrijd die niet te ver weg was. Mijn oog viel op de halve marathon van Philippine op 14 april, dus 4 weken voor de marathon. Een wedstrijd die voor de eerste keer werd georganiseerd, dus ik wist niet wat ik daar kon verwachten, maar het was wel lekker dichtbij. Ideaal dus.

Op internet had ik het vooraf al eens bekeken en dat zag er mooi uit, maar ook vrij zwaar met veel bochten en voor meer dan de helft over onverharde paden. Ik had nog maar één keer eerder een halve marathon gelopen, eind vorig jaar in Nisse. Ook met veel onverharde stukken en op de wedstrijddag met een vrij harde wind. Ik liep daar een vrij groot stuk alleen, en eindigde in 1 uur 40' en nog iets, dus door deze keer iets verstandiger te lopen moest een tijd onder de 1 uur 40' zeker mogelijk zijn. 1 uur 38' zou al een behoorlijke verbetering zijn, maar enkele weken vooraf had ik al besloten dat ik voor een tijd in de 1 uur 35' zou gaan.  Ambitieus, ja, overmoedig ook, maar niet onmogelijk.

In mijn hoofd had ik de doorkomsttijden die ik op 5, 10 en 20 km moest hebben. Daarbij had ik bedacht dat ik rustig zou vertrekken, een goed groepje zou zoeken en in het tweede deel zou proberen versnellen. En uiteraard liep het toch helemaal anders.

Om 14 uur zou de start zijn en Philippine is tien kilometer vanaf mijn voordeur, dus om 13.15 u vertrekken zou vroeg genoeg zijn, zelfs als de brug tegen zat. Om iets voor half twee was ik al vlak bij Philippine toen me te binnen schoot dat ik geen portemonnee had meegenomen, gauw omgekeerd, door de polder terug geracet, thuis portemonnee gepakt en weer terug de auto in. Ik was al twee keer de brug over gegaan en dat kan niet goed blijven gaan natuurlijk: ik stond voor gesloten slagbomen. Geen tijd om te wachten ging ik over Zelzate, en scheurde via de Katte de polder in richting Philippine. Ik zat intussen al redelijk opgefokt achter het stuur, mijn rijstijl was ook niet meer erg beschaafd en om 13.54 u parkeerde ik mijn auto ( niet al te netjes) vlak bij de ingang van de voetbalvelden van Philippine, waar de start was. Gauw inschrijven, startnummer opspelden, nog een laatste sanitaire stop en zo had ik nog wel 30 seconden om even te rekken.

Mijn hartslagmeter had ik gelukkig thuisgelaten, want door de adrenaline van een soort van rally-race tegen de klok was mijn hartslag bij vertrek al veel te hoog. Zo kon het ook niet anders dan dat ik veel te hard van start ging. Ik kwam in een groepje van vijf man te zitten en ik kon echt maar net volgen, dus kopwerk doen was niet aan de orde. Op ongeveer 3 km liepen we een afslag die niet zo duidelijk was aangegeven voorbij, gelukkig had de laatste man in ons groepje het gezien. Snel omgedraaid en verder richting eerste drankpost. Bij een volgende wegwijzer ook enige verwarring, want het pijltje wees in de richting waar we vandaan kwamen. Gelukkig bleven we op het goede pad. Ik keek goed rond me om te zien of er een 5 km-punt stond aangegeven, maar helaas, niks te zien. Dan maar bij het 10 km-punt, helaas ook daar heb ik niks gezien. Intussen liepen we nog met drie, want twee man nam een afslag omdat ze de kwart marathon liepen (10,6 km). Ik dus over met twee Belgen (dacht ik aan het shirt te zien) die ontzettend ontspannen liepen terwijl ik na zo'n drie kwartier al niet meer wist waar ik het vandaan moest halen. Een flink eind voor de tweede passage bij de drankpost  (dat zou rond de 12 km zijn, wist ik nog) moest ik dit tweetal dan ook laten gaan. Ik liep dus weer vrij vroeg alleen. De stukken met de wind in de rug vond ik het enorm warm, terwijl het tegenwind vrij fris was. Twee keer liepen we over een strook die enkele jaren geleden nog akker was, maar waar nu een nieuw stuk natuur was gemaakt. Prachtige omgeving, maar ik kwam vooral voor een PR, dus van de omgeving wilde ik me niet te veel aantrekken. Wat de afgelegde afstand was kon ik onderweg maar moeilijk bepalen, ik was flink aan het afzien, maar of ik nu echt zo hard ging kon ik niet  inschatten. Pas op 18 km zag ik voor het eerst een bordje staan. Dat viel nog tegen ook, want ik dacht dat we al rond de 19 km zaten. Op dat moment zat ik al helemaal stuk, ik vermoed dat dat ook duidelijk te zien en te horen was, want ik kreeg de indruk dat de mensen langs de kant mij iets harder aanmoedigden dan de lopers net voor of achter me. Het was vast geen geweldig gezicht, mijn bovenbenen waren verzuurd, mijn longen brandden en mijn hoofd leek op knallen te staan, maar aangekomen op het voetbalveld perste ik er toch  nog een laatste sprint uit terwijl de klok langzaam richting 1 uur 36' liep. Ik dacht dat ik net op 1 uur 36' zat, maar achteraf zag ik dat mijn officiele tijd 1 uur 35' 59" was. Mijn PR met bijna vier en halve minuut verbeterd. Ik was er heel diep voor gegaan maar ik was zeer tevreden met mijn eindtijd.

En toch, slechts enkele uren later was ik al aan het bedenken waar er nog winst te halen is in een volgende halve marathon en dat is misschien nog wel heel wat:
  • goed opgewarmd en ontspannen aan de start komen.
  • niet verkeerd lopen!
  • een wedstrijd kiezen met vlak terrein, bij voorkeur over asfalt.
  • en graag met de kilometers aangegeven...
  • met iets minder wind...
  • en met meer ervaring en beter getraind.
  • en misschien nog wel een kilo lichter.
Vooruit kijkend naar de marathon ging ik op internet zoeken wat voor tijd ik mag verwachten bij een hele marathon. Op http://www.runinfo.nl/ , één van mijn favoriete hardloop-sites vond ik bij 1 uur 36' op de halve marathon een tijd van 3 uur 28' op een hele marathon. Ik denk dat het parcours op 12 mei een beetje vergelijkbaar is, en met genoeg kilometers in de benen moet ik dan misschien toch maar eens richting drie en half uur gaan denken. Hier kan ik gelukkig nog vier weken het hoofd over breken....

dinsdag 24 januari 2012

Wintertijd

Zojuist zag ik dat mijn blogje een beetje in het slop aan het geraken is. Geen berichten meer sinds oktober 2011. Echte goeie voornemens had ik nog niet dus bij deze neem ik me voor om dit jaar toch zo'n tien berichtjes de webwereld in te slingeren.

De winter is tot nu toe erg zacht, maar toch sta ik sinds begin december weer regelmatig op de loopband. Eigenlijk doe ik het nog steeds niet graag, maar 's avonds in het donker lopen vind ik nog vervelender.  Om het op de loopband spannend te houden doe ik geregeld wat intervallen en heuvelloop-trainingen. Dat is af en toe redelijk pittig, maar ik heb het idee dat het me toch al wat opgeleverd heeft. Afgelopen weekend liep ik namelijk een dik PR.

Zaterdag was de jaarlijkse Eugene Vink-loop in Westdorpe. Start en finish hooguit 50 meter van mijn voordeur, dus daar kon ik ook deze keer niet wegblijven. Ik startte op de 14,3 km. Het was de 4e keer dat ik op dit parcours deze afstand liep en mijn PR dateerde alweer van 2010, dus wat mij betreft de hoogste tijd om er nog ees een enorme lap op te geven. Ik had thuis even gekeken wat mijn snelheid moest zijn voor een PR en wat mijn doorkomsttijden zouden moeten zijn op een aantal punten. Zoals ik wel vaker doe ging ik veel te snel van start. Nog voor het eind van de Kapittelstraat (1,5 km) zat mijn hartslag al op 170. De wind zat op dit eerste stuk schuin tegen, maar omdat alle (263) lopers gelijk vertrokken kon ik af en toe nog een beetje schuilen achter een brede rug. We bogen af naar rechts, lekker meewind en ik versnelde nog iets. Rond de 3,5 km ging mijn hartslag richting 180. Veel te hoog, want ik ging er op dat moment van uit dat ik mijn gemiddelde hartslag toch onder de 172 moest houden om niet compleet in te storten. Met een flinke inspanning bereikte ik een klein groepje waar ik even een beetje kon uitrusten. Intussen gingen we weer tegenwind de Axelsestraat in. Ik zat nog niet helemaal kapot en daarom vond ik het mijn plicht om toch ook wat kopwerk te doen. Binnen de kortste keren liep ik voor het groepje uit, met nog maar één loper vlak achter me. Een klein stukje meewind gebruikte ik om even te drinken en een beetje te herstellen, want ik wist dat het ergste nog moest komen. We draaiden 180 graden en liepen de kanaaldijk op. Een bekend stukje terrein voor me want hier doe ik wel eens intervaltraining. Zodoende wist ik dat we 3500 meter vol tegen de wind in moesten. Een vrouw waar ik ongeveer een kilometer mee had gelopen kon me niet meer volgen en zo liep ik weer alleen tegen de wind in. Op minder dan 100 meter voor me liep nog iemand waar ik wel naar toe wilde, maar het duurde twee kilometer voor ik er bij was. Voor de laatste vijf meter had ik het gevoel dat ik er naar toe moest sprinten. Even uitrusten en verder. Bij Passluis kwam ik een loopster tegen die me vroeg hoe ver het nog was. "1600 meter!", riep ik over mijn schouder en ongemerkt motiveerde ik mezelf nog meer dan haar. Ik versnelde nog wat en ging de laatse kilometer in. Uit de achterhoede kwamen twee lopers mij voorbij. Ik moest even passen, kwam weer bij en bleef er vlak achter lopen. Met nog minder dan 300 meter te gaan zette ik een flinke eindsprint in en ging hen heel gemakkelijk voorbij. Met de finish in zicht maakte ik een enorme blunder: ik dacht dat ik er was, stopte mijn stopwatch op 1 uur 3 minuten en 35 seconden (een verbetering van mijn PR met meer dan één minuut) en wilde richting thuis wandelen (ik was wat haastig want ik had repetitie van Tandsjen Bei). Ik werd geroepen door de organisatie dat ik de finish had gemist: blijkbaar moest ik links van het parcours nog een hekje door. De twee lopers die ik achter me had gelaten kwamen intussen binnen en ik klokte af op 1 uur, 3 minuten en 59 seconden. Toch nog een verbetering met 43 seconden!

Gauw gedoucht en dik content naar de repetitie!

maandag 10 oktober 2011

Marathon Oostende

Gisteren weer meegedaan aan een marathon. Mijn vierde al weer, deze keer in Oostende. Ik had bewust voor deze marathon gekozen, omdat het relatief dicht bij is (uurtje rijden) en het parcours er gunstig uit zag. Ideaal zelfs om een flink stuk van PR af te halen.


De voorbereiding was niet ideaal, met vier weken vooraf nog een korte vakantie in Spanje die samen te vatten is als "drank, muziek, weinig slaap en nog meer drank". Die hakte er dus toch wel in, terug in Nederland moest ik drie dagen bijkomen... Daarna vol goede moed weer begonnen met toch wel wat afwijkingen van het geplande schema. Vier trainingen in de week blijft moeilijk, zeker als er af en toe ook nog een massage tussen zit. Enkele weken vooraf een stadsloop meegepikt. 7,8 km met heel veel bochten en af en toe geen gemakkelijk wegdek. Niet echt mijn ding, maar wel leuk om eens te doen. Maar wel een afstand waar je je flink op kapot kan lopen. Met een iets te vroeg ingezette eindsprint gebeurde dat dus ook. Ook twee weken vooraf een vrij lange duurloop (24 km) in een tempo flink boven mijn marathontempo. Alweer afzien, maar voor mijn gevoel heeft het wel zin gehad.

Ook op de voeding heb ik goed gelet. Ik wilde van 79 naar 77 kg wat toch al zo'n 5 minuten tijdwinst zou moeten opleveren. Ruim anderhalve week vooraf dus al begonnen met een koolhydraatarm dieet: komkommers, fruit, vis, ei en veel groente. Donderdag voor de wedstrijd nog een stuk gelopen van ongeveer 6 km. En dat ging slecht! Ik kwam haast niet vooruit. Ook wel logisch, want mijn koolhydratenvoorraad was intussen geslonken richting het nulpunt. Daarna massage. "Kneed er maar een modelletje 3 uur 45' in", zei ik overmoedig tegen Ambrose.

Thuisgekomen overgeschakeld op het leuke deel van de voorbereiding: zoveel mogelijk koolhydraten naar binnen stouwen. En veel water drinken. Pasta, rijst, brood en stroopwafels. Da's wel vol te houden. En maar hopen dat de gewonnen kilo's er niet gelijk terug aan zitten.

Dat viel gelukkig goed mee. Op de ochtend van de marathon woog ik precies 77 kg. Het weer was iets minder: de hele ochtend regen. Ik was bang dat ik daar voor de start last van zou kunnen hebben. Als je een kwartier voor de start in de regen staat kan je weer helemaal afkoelen en stijve spieren krijgen. En daar was de tweede meevaller: precies naast het startvak was een soort van overdekte galerij zodat ik nog vrij droog aan de start kon verschijnen. Het startschot klonk en ik zat al direct een heel eind achter de pacer die op 3 uur 45' liep. Langzaam er naar toe gelopen en na enkele kilometers zat ik er bij. Rond de 5 km pikte Marco aan, die me weer op de fiets begeleidde. Na een stukje door de stad met een paar bochtjes, een viaduct en wat kleine oneffenheden kwamen we op een jaagpad langs een kanaal. Kilometers rechtdoor over asfalt. Ik ben een beetje achter in het groepje gaan lopen, dat leek mij het handigst. Zo kon ik me af en toe even laten terugzakken tot bij Marco om wat te drinken of een gel aan te pakken.

Elke kilometer stond aangegeven dus voor de pacer ook ideaal, al had ik het idee dat hij in het begin iets te snel liep. Halverwege lagen we goed op schema, volgens mij rond de 1 uur 52', en ik voelde me nog heel goed. Het kostte weinig moeite om het tempo te volgen en op 16 km voor de finish zei ik tegen Marco dat ik misschien over een kilometer of zes zou proberen versnellen, als ik me zo goed zou blijven voelen. Op twaalf kilometer voor de finish zag ik dat een paar man zich had losgemaakt, zij liepen zo'n 100 meter voor ons en ik zag iemand aanstalten maken om naar dit groepje over te steken. Het was nog wel wat vroeg, maar ik besloot mee te gaan. Binnen no time waren we erbij. Mijn broer fietste naast me met een blik van "waar ben jij mee bezig?". Het tempo ging omhoog tot over de 12 km/u. Dat leek me toch iets te gortig om vol te houden tot de meet dus ik liet het groepje weer gaan. De vermoeidheid begon uiteraard ook mee te tellen, maar ik dwong mezelf om te blijven lopen. Weer ingehaald worden door de pacer zou voor mijn gevoel toch een kleine blamage zijn. Ik weet van mijn duurlopen dat ik het best loop als mijn gedachten afdwalen of als ik muziek in mijn hoofd heb. Dat werkte deze keer gelukkig ook goed: met eerst Bro Hymn van Pennywise en later Sex on Fire van Kings of Leon in mijn hoofd gingen de kilometers voorbij. Met nog een paar kilometer voor de boeg wist ik het zeker: ik ga niet wandelen, ik ga niet opbranden, ik ga deze marathon gewoon rennend beëindigen! En in een heel vet PR. Richting de meet nog een kleine eindsprint, en met een licht euforisch gevoel gefinished. Netto tijd: 3 uur 41 minuten en 17 seconden. Yesssssssss...

maandag 22 augustus 2011

Op naar Oostende

O ja, mijn blogje...da's ook weer lang geleden dat ik daar nog eens wat op schreef. Dat wil niet zeggen dat ik niks gedaan heb deze zomer (of wat er voor moet doorgaan). Drie duurlopen van boven de 30 km in juli en soms weektotalen van meer dan 70 km. En het is mijn bedoeling om een beetje op dezelfde manier verder te gaan.


Na lang twijfel heb ik gekozen om op 9 oktober in Oostende een marathon te gaan lopen. In de race waren Brussel (2 oktober), Gent (25 september), de Leie-marathon (ook al 25 september), Eindhoven (eind oktober) en Etten-Leur (ook ergens in oktober). Oostende leek me het gunstigst qua planning, afstand en parcours.


Richting 9 oktober ben ik een soort van schema aan het volgen. Eigenlijk zit ik een beetje tussen een aantal schema's in. Ik wil een stuk van mijn PR (3uur 59'34") aflopen dus er moet hard getraind worden. In mijn vakantie las ik een boek van Harry Honselaar (geleend van een collega) met een schema voor een tijd van 3 uur 30'. Zelf heb ik een boek van de Duitser Steffny met een schema dat zou moeten leiden naar een tijd van 3 uur 29". Honselaar gaat uit van vijf trainingen in de week, Steffny van vier. Bovendien zijn de intervallen van Honselaar een stuk pittiger. Ik zit niet zo dik in mijn vrije tijd dus voorlopig zit ik qua afstanden dicht bij de Steffny-methode en qua snelheid meer bij de Honselaar methode. Ik reken er niet op dat van mijn PR een half uur wordt afgehaald, maar een kwartier moet misschien wel mogelijk zijn, maar dan moeten er toch ook nog een paar vakantiekilo's af!